Bouwfysica4 min lezen
Thermografie van dak en gevel: wat een warmtebeeld wel en niet bewijst
Een warmtebeeld ziet er overtuigend uit: rood is warm, blauw is koud. Maar een thermografische camera meet oppervlaktestraling, geen isolatiewaarde. Het beeld moet gelezen worden.
Wat de camera meet
Een warmtebeeldcamera registreert infraroodstraling van een oppervlak. Die straling hangt af van de temperatuur, maar ook van het materiaal en de afwerking: glanzend metaal of glas weerkaatst de omgeving en kan een compleet misleidend beeld geven.
De juiste omstandigheden
Thermografie aan dak en gevel werkt alleen bij voldoende temperatuurverschil tussen binnen en buiten, en bij stabiel weer. Directe zon, wind en regen verstoren het beeld. Het stookseizoen is daarom de beste periode.
Wat thermografie goed laat zien
- Koudebruggen bij lateien, kozijnen, balkonaansluitingen en dakranden.
- Ontbrekende of verzakte isolatie in spouwen en daken.
- Luchtlekken, vooral als het gebouw tijdens de opname in onderdruk wordt gezet.
- Vochtige zones, omdat verdamping een oppervlak afkoelt.
En wat niet
Een warmtebeeld geeft geen Rc-waarde. Het laat niet zien wélk isolatiemateriaal er zit, en het kan niet door een geventileerde gevel heen kijken. Een koude plek kan een koudebrug zijn, maar ook een nat stuk constructie of een reflectie.
Daarom koppelt DWAT de beelden altijd aan de opbouw en de details van dak en gevel, en waar nodig aan endoscopisch onderzoek via een klein boorgat. Pas dan wordt een aanwijzing een conclusie. Zie thermografisch onderzoek van dak en gevel.